In oktober 1991 verscheen hij voor het eerst op het slagveld van de nederlandse samenleving, vastbesloten om de in het duister dolende maatschappij de weg te wijzen naar het licht aan het eind van de tramtunnel: Haagse Harry, een proleet met een missie. Zijn doel: De puinhopen van de onverschilligheid te herbestraten met de van oudsher bekende Haagse normen en waarden.
En dat lukte: Geïnspireerd door Harry's niet aflatende inzet begon men weer, zonder onderscheids des persoons, respectvol met elkaar om te gaan, daarbij keiharde complimenten ("Jè ben nie gebore; jè ben op 'n paal gescheite doâh 'n zieke règâh, mauie bloedmegaul!") niet schuwend.
Men schroomde niet een ander te hulp te schieten: oude dametjes hoefden niet meer zelf hun loodzware handtas te torsen, op de weg legde men elkaar met raad en daad de verkeersregels uit, men hielp elkaar bij het boodschappen doen en ontfermde zich met wild enthousiasme over de zwakkeren in onze samenleving.
In dit album vindt U opnieuw achtenveertig geïllustreerde praktijkvoorbeelden over hoe men zich dient te gedragen teneinde te komen tot een harmonieuze samenleving waarin men zich gebroederlijk buigt over levensvragen als: “Heppik wat vajje an?”, “Ken mèn ut rotte? en “Zallik jâh is voâh je komma schoppe, leilijke aahsmade?”

Na enige tijd welverdiend in de luwte van de anonimiteit van de zijlijn te hebben doorgebracht is onze sympathieke proleet Haagse Harry weer helemaal terug. Dat hij al die tijd niet heeft stilgezeten kunt U lezen in: 'Haagse Harry 4 - Krèg Ut Zuâh!!', opnieuw een standaardwerk waar normen-en-waardenminnend Nederland een vette punt aan kan zuigen.
Maar ook een tapijtnek heeft wel eens een bad hair day.
Zo'n dag dat hij, in zijn niet aflatende ijver het Haags evangelie er bij de heidenen in te rammen, struikelt over zijn ambities als een bejaarde over een losliggende stoeptegel.
Plichtsgetrouw zoals alleen Hagenezen kunnen zijn, zal hij op zo'n dag weliswaar manmoedig enkele van de kudde afdwalende schapen de longen uit het lijf schelden, echter zonder dat zijn hart erin zit, zodat zijn boodschap gedoemd is te zinken als een tram in een lekke tunnel. Kortom: Zo'n dag dat Harry zegt: "Allemaal baggâh! Pleuâht mèn maah bè 't âhd vùil!".
Er zijn echter fundamentalisten die menen dat elke scheet van de Grote Bierganger het waard is geroken te worden: De Verzamelaars. Voor hen is er nu dit album.
Vraagt iemand U: "Heppie gein fatsoen ijje lèjâh, bâhtebak? ", wendt dan het gezicht naar de Heilige Stad in het westen, heft deze aan de papierversnipperaar ontplukte povere proletiën ten hemel en antwoordt devoot: "Ik hepput kompleit, die baggâh!!"